Je weet wat je moet doen om je organisatie
 in goede banen te leiden. dat doe je
  immers al jaren op dezelfde manier.
   Maar wat als je denken plots niet meer werkt?
    Wat als de machine hapert?
     Tijd om anders te gaan denken.

Marbé Klijn

Perspectief fascineert me, altijd en overal. Zoals wanneer ik op reis ben, en nieuwsgierig ben, waar ben ik geland, de geur die in de lucht hangt, hoe zien de mensen er hier uit, kan ik hen verstaan en hoe vind ik een taxi voor een reele prijs. Deze aandacht voor perspectief is de basis van Think Opposite. Iedereen kijkt, denkt en maakt oplossingen vanuit een bepaald perspectief. Dit geeft tegelijk richting en beperking. Think Opposite nodigt uit om de andere kant op te denken, iemand op een ander been zetten. Vanuit Think Opposite moedig ik mensen aan om op een andere manier naar het eigen werk en organisatie te kijken. Want als het je lukt om de andere kant op te denken, ontstaat een nieuwe manier van werken die meer plezier en succes oplevert. En dat is precies de manier waarop ik resultaten boek. Altijd als buitenstaander met een frisse blik, met zicht op patronen en met waardering voor professionals op alle niveaus en het bijbehorend vakmanschap.

Reisbrief 2012 Reisbrief 2013 Reisbrief 2014

Reisbrieven

Welk perspectief ontvouwt zich als je werkelijk in een andere cultuur bent en jezelf de ruimte geeft om anders te mogen kijken? De reisbrieven koppelen mijn betrokkenheid bij actuele maatschappelijke thema’s aan een andere manier van kijken. Zo deel ik jaarlijks mijn beschouwingen met mijn netwerk.

Meer reisbrieven

Reisbrief 2012

Den Haag, 3 januari 2012

Beste Marina,

Tijdens een bezoek aan Afrika logeren we in een mooi kampement, waarvan we de eigenaar al een aantal jaren kennen. Als we daar zijn eten we altijd heerlijk bereide
maaltijden, en soms waanzinnig lekkere pizza’s. De kok vertelt mij over zijn grootste passie: het maken van patisserie. Geleerd in een groot restaurant in de hoofdstad. Zijn ogen beginnen te glimmen als hij erover vertelt. En hij vertelt zo beeldend dat ik de figuren en kleuren op de taarten kan zien. Het water loopt me in de mond. De volgende avond komt hij met een brede lach op zijn gezicht met een verrassing. Een prachtige taart met een rand met figuren en rozen op de bovenkant. Door het schaarse licht kan ik de kleuren niet goed onderscheiden, maar dat hindert niet, prachtig is ie. Goh, denk ik, hoe heeft hij hier marsepein kunnen maken? Grondstoffen daarvoor zijn in de wijde omgeving van het dorp niet te vinden. En als ze al te vinden zijn, kosten ze een vermogen…… En toch is het ‘m gelukt om die prachtige taart te maken, helaas niet met zijn gedroomde ingrediënten voor marsepein, maar met dat wat er in het dorp voorhanden is: boter.

In periodes waarin niet alle ingrediënten die we zo normaal vinden aanwezig zijn, lijkt het alsof we alleen nog maar kunnen denken aan wat er niet meer is, wat niet meer mogelijk is. Door de huidige economische krimp zie ik veel directies en managers in een kramp schieten. Minder geld, minder subsidie, help! Men bespreekt het onderwerp het liefst stilletjes in de bestuurskamers, want stel je voor dat er heisa van komt.

Dit is maar de helft van het verhaal. Het kan nuttig zijn om te kijken, OK, wat betekent die krimp en hoe kunnen we die vanuit een andere kant benaderen? Meestal kom je erg ver door je af te vragen wat er nog wel kan, wat er nog wel goed loopt, hoe je het anders kunt oplossen. Kortom: probeer voorbij de kramp die het krimpen geeft, de zaak eens om te draaien en de andere kant op te denken.

Hoe doe je dat in de praktijk? Eerst dan maar het slechte nieuws, onrust en heisa komt er toch. Dus tel je zegeningen en ga daarna aan de slag met het goede nieuws: laten we samen kijken wat er nu te doen valt. Als je in staat bent om de werkvloer bij lastige onderwerpen zoals forse bezuinigingen te betrekken, ontstaan er nieuwe kansen en is de heisa minder.

Uit ervaring weet ik dat zodra het ingewikkelde onderwerp open op tafel ligt, dit kansen biedt aan medewerkers. Kansen om tijdens het gezamenlijk onderzoeken van mogelijkheden, vorm te kunnen geven aan hun eigen ideeën. Juist het werken aan oplossingen vanuit eigen idee geeft veel voldoening, vaak veel meer dan het uitvoeren van oplossingen van anderen. Want zelf meedoen betekent erkenning van je inzet en versterkt je werkmotivatie. Iedereen wil toch iets betekenen.

Dit vraagt wel iets van leidinggevenden: goed luisteren en kijken, met een open geest, zonder aannames. Als dat het geval is, komen medewerkers vaak al snel met waardevolle oplossingen. Waardevol omdat ze direct aansluiten op de dagelijkse praktijk, waar de top van de organisatie niet aan gedacht heeft, omdat zij de praktijk van het werk minder goed kennen.
Laat je verrassen door open te staan voor je blinde vlekken. Durf de oplossing uit handen te geven en geef anderen de ruimte om te laten zien hoe het misschien ook kan. Ook al dacht je eigenlijk dat dat nooit zou kunnen werken. En accepteer dat ook jij niet alle kennis in pacht hebt.  Want hoe vaak weet iedereen uit ervaring dat een oplossing binnen handbereik blijkt te liggen? Grappig dat we toch altijd denken dat een oplossing heel ingewikkeld en moeilijk is, terwijl zo vaak, soms door het simpelweg om te draaien, de oplossing al daar is. Think opposite!

Ik wens je voor 2012 om bij krimp niet te verkrampen.

Marbé Klijn

Reisbrief 2013

Den Haag, 30 december 2012

Beste Judith,

Zomaar een herinnering. In West-Afrika vraagt een lokale samenwerkingspartner aan ons of wij een Europeaan, die bezig is met het bouwen van een kraamkliniek in een naburig dorp, willen spreken en, tussen de regels door, mogelijk wat tips kunnen geven. De Nederlandse meneer komt naar ons toe voor een gesprek. Zijn toon zit vol teleurstellingen. “Ik kom van zover, helemaal met de auto uit Nederland, en ik zie zo goed wat er fout gaat hier, wat zij niet goed doen. Maar als ik de lamp in de verloskamer beter heb opgehangen, zodat zij niet meer in hun eigen licht staan bij een bevalling, hangen zij hem de volgende dag weer terug. Tsja, dat schiet natuurlijk niet op als zij niet luisteren.....zo zit ik hier nog maanden!”

Hoe betweterig zijn we? Wat gebeurt er met je als iemand een oplossing kiest die niet de jouwe is? Hoeveel ruimte hebben we om voor een oplossing te durven kiezen die we niet zelf hebben bedacht of niet de onze is? Durven we het gesprek daarover aan te gaan, of vinden we sowieso dat onze eigen oplossing de beste is?

Hoe ver zijn wij in onze maatschappij en manier van leven overtuigd geraakt van de maakbaarheid van alles en iedereen? Het lijkt alsof we ons alleen willen omringen met volmaaktheid en voorspelbaarheid. Zodat we niet hoeven te schrikken als we iemand tegenkomen die anders doet dan wat wij normaal vinden. Als persoon willen we authentiek zijn, gezamenlijk willen we vooral niet dat iemand afwijkt. Dat wat in onze ogen afwijkt, anders is, niet in het protocol past, willen we het liefst niet zien en zetten we zo snel mogelijk aan de kant. Dat zie je bijvoorbeeld aan nare, maar niet te voorkomen aspecten van het leven, zoals verdriet en tegenslagen die we vrolijk moeten doorstaan. “Ik leer er zoveel van...” Niets aan de hand toch?

Als we een pilletje stoppen in een onrustig kind, is hij gelukkig rustig in de klas en gedraagt hij zich zoals we denken dat normaal is. Maar wat betekent dit voor de ontwikkeling van eigenheid en creativiteit? Van veel kunstenaars ben ik blij dat hun creativiteit niet op jeugdige leeftijd gesmoord is door een pilletje. Na het signaleren van mishandeling, seksueel misbruik in organisaties is de eerste reactie: hup, meer geld, meer protocollen, meer controle, want dit mag niet nog een keer gebeuren. Helaas vergeten we dan dat wat we in instituten zien, een afspiegeling is van wat achter elke voordeur kan gebeuren. Organisaties, instellingen zijn een afspiegeling van de maatschappij.

Natuurlijk willen we allemaal dat diegene die je aan een instelling toevertrouwt, professioneel, het liefst zoals je het zelf zou doen, verzorgd wordt door deskundigen. Maar ook professionals zijn mensen, die ‘s morgens na eerst de kinderen de deur uit geholpen te hebben, hun eigen sterktes en zwakheden naar hun werk meenemen. Hiermee praat ik niet goed wat er kan gebeuren. Helaas kunnen we verdriet en onvolkomenheden niet voorkomen, dat is een illusie. We zullen hoe dan ook moeten leren berusten in het onvolmaakte en onvermijdelijke.

In mijn opdrachten ga ik steeds meer uitzien naar onvolmaaktheid, naar ruimte iets te kunnen laten ontstaan. Maakbaarheid betekent een voortdurende, vergaande controle, die de bureaucratie verder vergroot. Wat me dan ook vaak verbaast: hoe komt het toch dat al die weldenkende, loyale mensen in hun privéleven allerlei bordjes tegelijk in de lucht houden, kinderen opvoeden, besluiten nemen en zodra ze op hun werk komen, zich afhankelijk gaan gedragen? Waar zijn al die zelfstandige en proactief denkende mensen gebleven? Hoe krijgen we dat weer losgetrokken zodat er een werkomgeving ontstaat waar vertrouwen het basisuitgangspunt kan zijn? Waar het vanzelfsprekend is dat medewerkers zelfstandig werken, eigen oplossingen bedenken en mogen uitvoeren. Waar zij hun oplossend vermogen kunnen inzetten, die ze ook laten zien in het goed laten draaien van hun ‘BV Thuis’.

Oplossingen die niet de jouwe zijn, geven bewegingsruimte en beweging aan je hersenen, het plezier en de uitdaging van de andere kant op denken. Is er in organisaties ruimte om nieuw leiderschap te laten ontstaan? Bijvoorbeeld om het briljante idee van iemand van de werkvloer, die niet tot de top behoort, te zien en te gebruiken?

Het zou ons veel ruimte geven als we wat meer voor oplossingen kiezen die niet alleen van onszelf zijn. Dan kan de man met de lamp uit het begin ook weer gewoon naar huis.

Ik wens je voor 2013 een open blik voor onvolmaaktheid.

Marbé Klijn

Reisbrief 2014

Den Haag, 3 januari 2014

Beste Bram,

Onze gastvrouw heeft net de maaltijd bereid, we zijn met zijn achten. Dan horen we lawaai en gelach...en daar staan familieleden uit een naburig dorp op de veranda. Of we nu willen of niet, ineens eten we met z’n zestienen van een maaltijd die we een half uur geleden nog met zijn achten zouden delen. Daar zeg je niets over, zo is het nu eenmaal. Afrika heeft al zolang als ik er kom een participatiesamenleving. Een samenleving waarin zo weinig mogelijk mensen worden uitgesloten.

In Nederland lijkt het alsof we juist steeds meer mensen uitsluiten in onze complexer wordende samenleving. Als je mentaal net wat anders in elkaar zit kon je tot voor kort nog rekenen op aangepast werk, op een woning waar begeleiding dichtbij aanwezig is, een sociale werkplaats. Maar dat is snel aan het veranderen. In een filmpje laatst op TV kwam een medewerkster van een kantine aan het woord, die daar vanuit een sociale werkvoorziening aan het werk was. Volgend jaar kan zij daar alleen blijven als zij op loonwaarde werkt, dus als zij volgens de normen van efficiency dat werk kan doen, waarop zij verzuchtte…..dat lukt me nooit, want ik kan dat tempo niet aan!

Daarnaast zijn er in Nederland nu al 5 miljoen mensen met een chronische ziekte, meestal door invloeden waar je geen vat op hebt. En dat zullen er de komende tijd steeds meer worden. Vinden we het belangrijk dat mensen met een beperking, of dat nu lichamelijk is of verstandelijk, zoveel mogelijk als normale mensen in onze maatschappij leven en aan de maatschappij bijdragen met wat zij nog wel kunnen? Of laten we toe dat deze groep wordt uitgesloten?

De huidige samenleving moet functioneren als een bedrijf en elke activiteit wordt in economische waarde uitgedrukt. Dit maakt bijvoorbeeld dat het steeds ingewikkelder is als organisatie om te voldoen aan eisen die door de overheid gesteld worden om subsidie te ontvangen. Vaak gaan die eisen niet over kwaliteit maar vooral over kwantiteit. Dus als je maar veel van iets hebt dat aan de subsidie-eisen voldoet, of het nou zinvol is of niet, dan ontvang je als organisatie geld. Dat zorgt ervoor dat veel mensen in uitzonderlijke situaties buiten de boot vallen. Zoals een mevrouw van 90, wiens 58 jarige verstandelijk beperkte zoon nog bij haar thuis woont, bij een zorginstelling heeft gesmeekt: 'kan ik jullie mijn huis niet geven? dan wordt er na mijn dood tenminste voor hem gezorgd'. Nu kan dat niet, want haar zoon valt bij de nieuwe subsidieregeling buiten de boot….. ’te licht bevonden’. Het gevolg hiervan is dat deze man straks op straat staat. Een bezuiniging op korte termijn zo dan wel eens een toekomstige kostenpost kunnen zijn.

Lukt het ons om vaker te kijken naar wat mensen nog wel kunnen in plaats van vooral te kijken naar wat ze niet meer kunnen? En wat gebeurt er als je eens wisselt van perspectief? Kijken naar het anders zijn van iemand betekent ook dat je durft te kijken naar de ander als volwaardig mens. Zoals ik laatst een groep cliënten met een verstandelijke beperking hoorde zeggen: 'waarom ziet onze gemeenschappelijke ruimte er met Sinterklaas zo kinderachtig uit, we zijn toch geen kleuters?'
Hoe snel stap je zelf in de valkuil en vergeet je dat iedereen gelijkwaardig is, ondanks ander uiterlijk, ander tempo, andere slimheid?

Kunnen we meer inzetten op diversiteit, verschillen, anders zijn en bekijken hoe we die verschillen van mensen kunnen gebruiken? Is het noodzakelijk dat die ene medewerker het werk echt in 5 dagen moet doen, of kan het ook in 3 dagen, een duobaan? Of op andere momenten van de dag? Is het hoge tempo echt nodig of kan dat werk ook best in een ander tempo uitgevoerd worden?

Laten we mensen meer insluiten……genieten van verschillen. Dit vraagt flexibiliteit en creativiteit om mensen die dreigen uitgesloten te worden toch een plek te bieden. Perspectiefwisseling en taal kunnen sleutelbegrippen zijn om anders met elkaar om te gaan. Luister naar de ander, wat bedoelt ie precies, en is dat hetzelfde als ik ook al dacht of juist iets heel anders? Begrijp ik de ander?

Probeer eens aan te sluiten bij diens eigen woorden en vul niet meteen in wat jij denkt dat de ander zou kunnen bedoelen.

Het accepteren van anders zijn betekent dat iemand nog steeds erg gewenst en een volwaardig deelnemer aan de maatschappij is. En met 'erbij horen’ voorkom je ook dat mensen in de verdrukking raken of in situaties terechtkomen die de samenleving op langere termijn op kosten jaagt. Tenslotte zit niemand te wachten om buitengesloten te worden.

Ik wens je in 2014 verassende ontmoetingen met gewone mensen, hoe verschillend ook.

Marbé Klijn

Hoe houd je als professional contact met nieuwe initiatieven, andere ideeën dan de jouwe en kom
je tot oplossingen die je alleen vanuit een ander perspectief kunt zien? Wanneer heb je genoeg
tijd een gesprek te voeren met andere bevlogen mensen? Een gesprek waardoor je net iets verder
kunt denken over vernieuwingen in de samenleving?
Graag denk ik de andere kant op met verschillende mensen aan tafel, tijdens een maaltijd, met
als doel om vanuit verschillende disciplines tot nieuwe ideeën en oplossingen te komen.
Gewoon voor onszelf.

Om hier ruimte aan te bieden organiseer ik een 3 meter tafelgesprek over maatschappelijke thema’s.
In mijn woonkamer staat een 3 meter lange tafel, een ideale plek voor zo’n gesprek.

Graag ontdek ik nieuwe perspectieven met je,
want je ziet het pas als je er anders naar kijkt.

marbé Klijn 0654 907079
contact@thinkopposite.nl